Dwangstoornissen

Jonge kinderen doen dingen vaak op een speciale manier of in een vaste volgorde. Bijvoorbeeld bij het opstaan, eten en naar bed gaan. Als deze rituelen te lang blijven bestaan en dwangmatig worden, kan er sprake zijn van een dwangstoornis.

Wat is een dwangstoornis?

Dwanghandelingen (of dwangrituelen) en dwanggedachten zijn de belangrijkste kenmerken van een dwangstoornis. Dwanggedachten zijn nare, beangstigende, of vervelende gedachten of beelden die steeds terugkeren en moeilijk uit het hoofd te krijgen zijn. Dwangrituelen zijn overdreven vaak herhaalde handelingen, zoals bijvoorbeeld eindeloos en onnodig handen wassen of controleren of de schooltas wel goed is ingepakt.

Hoe kan je kind op de stoornis reageren?

Het bijzondere is dat de meeste kinderen weten dat hun rituelen overdreven en onnodig zijn, maar er toch niet mee kunnen ophouden. Om geen nare gedachten te krijgen of dwangrituelen uit te hoeven voeren, gaan sommige kinderen bepaalde activiteiten uit de weg. Ze raken bijvoorbeeld niets meer aan om geen handen te hoeven wassen.

Wat kun je zelf doen?

Het komt vaker voor dat kinderen dwanggedachten hebben of dwanghandelingen uitvoeren. Zolang het geen grote invloed heeft op het dagelijks leven en het kind er geen last van heeft, is dit niet erg. De meeste kinderen groeien er overheen.

Als dit niet zo is, praat dan met je kind en probeer te begrijpen waar het last van heeft. Het is belangrijk begripvol te reageren. Bedenk samen hoe je kan helpen de dwanggedachten of dwanghandelingen te stoppen.

Hulp zoeken

Soms worden de dwanggedachten en dwanghandelingen juist erger. Praat er dan over met iemand van het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen je eventueel doorverwijzen naar een specialist op het gebied van dwangstoornissen. Kijk voor meer uitleg over dwang op Kenniscentrum-kjp.nl.

Heb je een vraag?